Categorieën
Gedichten en verhalen
de juiste woorden
Een enigzins zwakke poging om uit te leggen wat er op dinsdag 14 september gebeurde...
I just can't help believin'
When she smiles up soft and gentle
With a trace of misty morning
And the promise of tomorrow in her eyes
I just can't help believin'
When she's lying close beside me
And my heart beats with the rhythm of her size
This time the girl is gonna stay
This time the girl is gonna stay
For more than just a day
Oh, I just can't help believin'
When she slips her hand in my hand
And it feels so small and helpless
As my fingers fold around it like a glove
I just can't help believin'
When she's whispering her magic
And her tears are shining honey sweet with love
This time the girl is gonna stay
This time the girl is gonna stay
For more than just a day
For more than just a day
Eucalypta
Van letters maakt ze woorden,
hele mooie, echt waar
En van woorden lieve zinnen
Ze typt en fluistert ze
Ik lees, en luister naar haar.
Ze tovert met het alfabet
Zij kan dat, alleen zij
Niet beseffend wat ze doet
typt en fluistert ze
en betovert daarmee mij
Trusten ...
Oh ... wat ligt dit lekker
Psst, slaap je al? Nee, ik praat altijd in m'n slaap ... Is dat jou voet? Nee de jouwe, nou goed? Nou, dan hebben we d'r zes.
Laat jij de hond ff uit? We hebben geen hond. Haha, geintje. Oh, wat ligt dit lekker. Jij hebt meer dekens dan ik. Nee ... ja... nee ... ja... Oh, wat heb ik het warm.
Ja, je wou ook alle dekens ... He, psst ... je sliep! Nee hoor! Wel! niet! Wat was dan het laatste wat ik zei? .... iets met dekens ....
Zet jij de vuilnis buiten? Ah nee, nu niet. Morgen. Morgen doe ik dat. Morgen echt waar, alle 128 zakken...
Slaap lekker. Ja, jij ... ook ...
De nacht
Tekst van Ede Staal's lied "de Nacht". Ede Staal was een volkszanger, en zong in zijn eigen taal, het Gronings. (Vertaling is voor handen, maar minder mooi ....)
t is vroug nog in de mörgen
en guster is al vlucht
de eerste fiets trapt deur de stad
de eerste roker kucht
De radio die kwedelt
ik heur dat ik niks heur
En deur 't gedien kropt 't eerste licht,
mor doe bist ter vandeur
De nacht dij is noeit eerlek
of ligt 't sums aan mie
Zo kort astoe bie mie bist
zo laank zunder die
Zo waarm deur dien oadem
zo kold as d'oostewind
as ik die zuik, en nog es zuik
en toch noeit vind
't Is nog moar een poar uur leden
toun leek mien mörgen nog zo ver
wie lagen in ons tentje
nou is 't gewoon 'n ber
Want nou ist gewoon weer mörgen
en ber is alweer kold
Kamperen of kreperen
Zo wor je langzoam old
Geluden van de eerste train
die sliestern deur de stroaten
Ik moak mor thee en bin allain
k zit in miezulf te proaten
'n klok dij luudt een knitter
in 't matglas van mien denken
k hol theepot sikkom op de kop
en blief aingoal mar schenken
De nacht dij is noeit eerlek
of ligt 't sums aan mie
Zo kort astoe bie mie bist
zo laank zunder die
Zo waarm deur dien oadem
zo kold as d'oostewind
as ik die zuik, en nog es zuik
en toch noeit vind
Kabouters
Op een dag, het was mooi weer, warm bijna, probeerde ik verkoeling te zoeken in het bos. Een bos. Ik was tot ongeveer de helft het bos ingelopen. Verder kun je er niet inlopen, want na de eerste helft loop je het bos weer uit.
Plotseling hoorde ik gezang en gelach. Ik verstopte me, nieuwsgierig geworden naar wie er zoveel lol zo diep in het bos kunnen maken. Tot m'n grote verbazing zag ik acht kabouters. Acht ja, geen zeven. Kom, dit is geen sprookje!!!
De kabouters lachten, en hadden duidelijk een topdag. Ze zongen. "We hebben Toverkracht, we hebben Toverkracht". Ik dacht: ja, dat is wel iets om blij van te worden. Toverkracht. Stel je eens voor.
Pas toen viel mij het laatste kaboutertje op: deze zong niet mee, en leek zelfs droevig. Inmiddels tevoorschijn gekomen uit mijn schuilplaats, vroeg aan het bedroefde kaboutertje wat de reden was voor zijn bedroefdheid. Hij keek me aan, trok zijn schoudertjes op en zei:"Ik ben To ...."
De prins en de prinsses
Er was eens een prinsses met een grote tiet. Tering, wat had die een grote tiet. Rond die tiet hadden zich acht ridders verzameld. Ze noemden zich the knights off the round tepel. Ze was op zoek naar een prins om haar leven mee te delen. Er werd een groot bal georganiseerd, en mogelijle kandidaten werden uitgenodigd. Zo ook ridder Roeland. Ridder Roeland kwam uit een ver land, en had een haspel mee genomen. "Oh ridder Roeland", kraaidde de prinsses, "wat een slim idee". Ach meisje, zei Roeland, ik gebruik hem zelf ook, hierbij een veelbetekende knipoog gevend. Samen rolden ze hun haspel af, en het paleis was gevuld. Ze leefden gelukkig lang.
Maar zoals zovele ridders liep ook ridder Roeland zijn haspel achterna, en eindigde dit sprookje toch nog in tranen.
(niet helemaal zelf bedacht, maar wel aardig dacht ik. Voor de nieuwsgierigen; Bert Visscher is de maniak die dergelijke dingen bedenkt)
zomeravond
De deur van de woonkamer naar het terras staat open. M'n uitzicht? Zo'n meter of 15 gazon, en dan een grote waterplas. Twee zwanen dobberen op het water. Aan de overkant zie ik regelmatig herten, maar vanavond zijn ze er niet.
Ik heb net een biertje gepakt. Het is nog steeds warm buiten, maar er zit regen in de lucht. De geur van het pas gemaaide gras mengt zich metg andere buitengeurtjes en vult de atmosfeer.
Geloof echt niet dat ik meer nodig heb dan deze avond om gelukkig te kunnen zijn